Miljoenennota 2027: Fiscale boost voor start-ups en scale-ups
Voor de loonbelasting komt er wel een nieuwe regeling voor aandelenopties die start-ups en scale-ups aan werknemers geven. Het wetsvoorstel bevat twee belangrijke wijzigingen: de belasting wordt op een later moment geheven en slechts een deel van het voordeel wordt als loon belast. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.
Op dit moment is een werknemer loonbelasting verschuldigd op het moment dat een aandelenoptie uitgeoefend wordt en de verkregen aandelen direct verhandelbaar zijn. Zijn de aandelen op dat moment nog niet verhandelbaar, dan vindt de belastingheffing in beginsel pas plaats zodra de aandelen wel verhandelbaar worden.
Voorgesteld heffingsmoment
Voor werknemers van kwalificerende start-ups en scale-ups verschuift het heffingsmoment in beginsel naar het moment van de daadwerkelijke verkoop van de aandelen. De werknemer ontvangt dan geld waarmee hij de belasting kan betalen. Ook na uitdiensttreding wordt niet direct belasting geheven. Een eerder heffingsmoment is echter mogelijk, bijvoorbeeld bij overlijden of wanneer niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan.
De werknemer kan er ook voor kiezen om eerder belasting te betalen: bij het uitoefenen van de optie of wanneer de aandelen voor het eerst verhandelbaar worden. Deze keuze moet op tijd schriftelijk aan de werkgever worden doorgegeven.
Voor toepassing van deze regeling moeten werkgever en werknemer schriftelijk afspreken dat de aandelenopties, of de daarmee verkregen aandelen, niet binnen twee jaar na toekenning worden verkocht. Een uitzondering geldt bij een eerdere verkoop of beursgang van de onderneming. Bij verkoop verlangt het voorstel bovendien schriftelijke instemming van de inhoudingsplichtige, vastgelegd in een overeenkomst tussen werknemer, inhoudingsplichtige en koper. Dit geldt dit ook na uitdiensttreding.
Verder kan de regeling onder voorwaarden ook worden toegepast op aandelenopties die op of na 17 april 2025 zijn toegekend en de daarmee verkregen aandelen, mits deze op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en de vereiste beschikking uiterlijk 31 december 2027 is aangevraagd. Ook de overige voorwaarden moeten zijn vervuld. Het belastinguitstel kan eerder eindigen als de onderneming of de aandelenopties niet langer aan de voorwaarden voldoen of de werknemer overlijdt.
Slechts 65% van het voordeel belast
De tweede wijziging is dat niet het volledige voordeel als loon wordt belast. Bij verkoop van de aandelen wordt eerst de betaalde uitoefenprijs van de opbrengst afgetrokken. Van het bedrag dat overblijft, telt 65% mee als belast loon. Daarmee beoogt het voorstel de belastingdruk te laten aansluiten bij een heffing in box 2, zonder dat voor iedereen identieke belastingdruk ontstaat.
Deze verlaging geldt niet wanneer de werknemer het aandelenoptierecht zelf verkoopt. In dat geval wordt het volledige voordeel als loon belast. De grondslagvermindering geldt evenmin voor het verschil waarmee de waarde van de aandelen bij toekenning van de optie de uitoefenprijs overtreft.
Emigreert de werknemer voordat over de aandelenopties of aandelen is afgerekend, dan wordt aangenomen dat deze vlak vóór emigratie zijn verkocht en wordt over het fictieve verkoopvoordeel een conserverende aanslag opgelegd. Volgens het voorstel wordt daarvoor onder voorwaarden automatisch uitstel van betaling verleend, zodat niet direct hoeft te worden betaald.
Voorwaarden voor toepassing
De regeling geldt alleen als de onderneming officieel als start-up of scale-up kwalificeert. Daarvoor moet zij een beschikking aanvragen bij de RVO. Een positieve RVO-beoordeling ziet op de ondernemingskwalificatie en vervangt niet de overige fiscale voorwaarden. Ook gelden voorwaarden voor de onderneming, de aandelenopties en de administratie. Werknemers met een aanmerkelijk belang of een lucratief belang kunnen geen gebruikmaken van de regeling.
Werkgevers die aandelenopties gebruiken, doen er daarom goed aan om op tijd te controleren of de onderneming, de werknemers en de optieregeling aan alle voorwaarden voldoen.
Deze voorwaarden leveren diverse onduidelijkheden op. Niet iedere jonge onderneming valt onder het voorstel. Bij de beoordeling spelen innovatie en een schaalbaar, herhaalbaar groeimodel een rol, naast een omvangseis voor kleine, middelgrote of micro-ondernemingen. WBSO, Innovatiekrediet of durfkapitaal kunnen aanwijzingen zijn, maar geven geen automatische kwalificatie.
De kwalificatie of aandelen of opties een lucratief belang vormen, ligt bij de Belastingdienst. Bij twijfel is vooroverleg met de Belastingdienst aan te bevelen. Ook wanneer aan de formele voorwaarden is voldaan, blijft het risico bestaan dat de Belastingdienst oordeelt dat sprake is van een lucratief belang en niet aan de voorwaarden wordt voldaan.
Wat kunnen betrokkenen nu doen?
Heb je een start-up of scale up èn heb je een aandelen- of optieplan voor je werknemers, dan kan deze regeling interessant zijn. Enerzijds doordat de heffing verschuift naar een moment dat er cash beschikbaar is, zodat voorfinanciering niet meer nodig is en anderzijds door de lagere fiscale druk.
Neem contact op met een van de CROP-adviseurs om te beoordelen of dit daadwerkelijk een mogelijke en interessante optie is.