Dit zijn de belangrijkste wijzigingen uit de Voorjaarsnota 2026

30 maart 2026
Artikel

Afgelopen vrijdag presenteerde het kabinet de Voorjaarsnota 2026. Ook dit jaar blijven grote fiscale keuzes uit, en bestaat de Voorjaarsnota voornamelijk uit een mix van tariefmaatregelen en kleine aanpassingen.

Wij zetten de belangrijkste fiscale maatregelen voor je op een rij.

1. Vrijheidsbijdrage burgers

In 2027 en 2028 zal er een aanvullende bijdrage worden gevraagd van burgers en bedrijven. Deze bijdrage zal worden vormgegeven middels een beperkte toepassing van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting. Dit houdt in dat de tariefschijven in de inkomstenbelasting niet volledig worden gecorrigeerd voor de inflatie.

Daarnaast zal de algemene ouderdomsfondspremie (AOF) verhoogd worden voor werkgevers. Dit zal leiden tot hogere kosten voor werkgevers.

2. Afschaffing aftrek en tegemoetkoming specifieke zorgkosten

Op dit moment kunnen bepaalde uitgaven voor specifieke zorgkosten worden opgevoerd als aftrekpost in de inkomstenbelasting. Hier kunnen wel voorwaarden aan zitten. Daarnaast bestaat er een tegemoetkoming voor deze kosten.

Het is het voornemen om per 2028 zowel de aftrek voor specifieke zorgkosten als de bijbehorende tegemoetkoming volledig af te schaffen.

3. Verlaging overdrachtsbelasting voor particuliere investeerders

Per 1 januari 2026 is het overdrachtsbelastingtarief voor niet-zelf bewoonde woningen verlaagd van 10,4% naar 8%. Deze lijn wordt doorgezet: vanaf 2027 daalt het overdrachtsbelastingtarief voor de aankoop van woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen, zoals verhuur- of vakantiewoningen, verder van 8% naar 7%.

4. Bevriezen van de aftoppingsgrens pensioengevend loon

Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 zes jaar bevroren op het niveau van 2026. Dit is €137.800. Hierdoor wordt de pensioengrondslag voor hogere inkomens zes jaar lang niet geïndexeerd. Over het salaris boven deze grens is het niet mogelijk om fiscaal gefaciliteerd pensioen op te bouwen.

Toch zijn er mogelijkheden om wel pensioen op te bouwen boven dit salaris. Een voorbeeld hiervan is de nettopensioenregeling. Nu de komende jaren een groter aantal werknemers niet meer via de gebruikelijke pensioenregeling over het gehele salaris pensioen opbouwen, kan het voor meer werkgevers interessant zijn om een nettopensioenregeling aan te bieden.

5. Wijziging schenkbelasting voor woningen naar waarde economisch verkeer gaat niet door

Een eerder aangekondigde maatregel om woningen in de schenkbelasting voortaan te waarderen tegen waarde in economisch verkeer (WEV) in plaats van WOZ‑waarde gaat niet door. Hierdoor blijft de WOZ‑waarde leidend voor de berekening van de verschuldigde schenkbelasting. De WOZ-waarde ligt meestal lager dan de WEV. Het hanteren van de WOZ-waarde in plaats van de WEV voorkomt discussie over de hoogte van de WEV.

Door het niet doorvoeren van deze wijziging, blijven woningen dus een fiscaal aantrekkelijk object om te schenken, ook door de verrekening van de overdrachtsbelasting en de schenkbelasting.

6. Opmerkelijke belastingconstructies: maatregelen in voorbereiding

Net als voorgaande jaren is er een bijgewerkte lijst opgenomen in de Voorjaarsnota met onwenselijke belastingconstructies. Hieronder zijn de vier belangrijkste constructies opgenomen, ten aanzien waarvan nog maatregelen worden verwacht:

Papieren schenkingen

Bij papieren schenkingen wordt vermogen geschonken zonder directe uitbetaling. De verplichte rente, die momenteel 6% bedraagt, beperkt daarbij de belastingdruk. Als op basis van de huidige vrijstelling van € 6.908, 10 jaar lang precies dit bedrag op papier aan een kind wordt geschonken, dan is dit het totaalbedrag na 10 jaren opgelopen tot € 91.786. Dit bedrag kan vervolgens zonder heffing van schenkbelasting worden betaald aan het kind. Zonder papieren schenking zou over dit bedrag € 8.496 aan schenkbelasting verschuldigd zijn.

De overheid ziet dit als een niet-gewenste manier om de schenk- en erfbelasting te ontwijken. Daarom onderzoekt zij maatregelen om dit tegen te gaan. Eerder is al aangekondigd dat ze de rekenrente van 6%, mogelijk, willen verlagen. Een andere optie die wordt beschreven is over de betaling van de papieren schenking of de verrekening van de vererving alsnog over het volledige bedrag schenk- of erfbelasting te heffen. Hiermee wordt de papieren schenking als het ware genegeerd.

Onzakelijke leningen

Aan familieleden, vaak de kinderen, worden regelmatig leningen verstrekt die aan een onafhankelijke derde nooit verstrekt zouden worden vanwege het risicoprofiel. Dit wordt een onzakelijke lening genoemd. Als hier 6% rente over wordt gerekend, wordt dit niet als een schenking gezien.

Het is ook mogelijk om deze lening aan de BV van een kind te verstrekken. Als de BV van het kind met dit geld een risicovolle aandelenportefeuille of onderneming aankoopt, dan is het rendement boven de 6% voor kind, terwijl een eventueel verlies uiteindelijk ten laste komt van de ouder. De BV gaat dan failliet en de schuld kan niet meer volledig worden terugbetaald. Hierdoor kan het kind er enkel aan verdienen, terwijl het risico op verlies bij de ouder ligt.

De Belastingdienst vindt dat bij zulke leningen een deel van de hoofdsom een schenking vormt, maar in de literatuur wordt dit betwist. De wetgever onderzoekt nu welke wettelijke regels moeten worden ingevoerd om duidelijk vast te stellen welk deel van de lening als schenking wordt aangemerkt.

Dividendstripping

Bij dividendstripping wordt economische en juridische gerechtigdheid tot aandelen gesplitst om inhoudingsplicht te ontwijken of een teruggave van de dividendbelasting te creëren. De afgelopen jaren zijn al enkele maatregelen ingevoerd om dit tegen te gaan. Deze worden nog onvoldoende geacht, daarom gaan er nog vier mogelijke aanvullende maatregelen onderzocht worden.

Opknipgedrag bij vastgoed bv’s voor renteaftrek

De maximale aftrekbare rente in de vennootschapsbelasting bedraagt de hoogte van 24,5% van de EBITDA en € 1 miljoen. Dit leidt bij grote vastgoedportefeuilles vaak tot een beperking van de renteaftrek. Door het verspreiden van de vastgoedportefeuille over meerdere BV’s, kan meerdere keren € 1 miljoen aan rente wordt afgetrokken en kan de gehele aftrekbeperking worden voorkomen.

Dit wordt als onwenselijk gezien. Een eerdere poging om dit te bestrijden heeft het niet gehaald en de wetgever onderzoekt nu aanvullende beperkingen. Het streven is om in april 2026 de Tweede Kamer te informeren over de voortgang van dit onderzoek.

Vragen over de Voorjaarsnota 2026?

Heb je vragen over de fiscale gevolgen voor jouw situatie of onderneming? Neem dan contact op met Robert Honing of je CROP‑adviseur.

Nieuwsbrief

Altijd als eerste op de hoogte zijn van het laatste nieuws? Schrijf je in!

Door je in te schrijven voor onze nieuwsbrief ga je akkoord met onze privacy verklaring.