Welke stichtingen hebben een wettelijke controleplicht?

Een stichting is verplicht haar jaarrekening te laten controleren wanneer zij op twee opeenvolgende balansdata voldoet aan minimaal twee van de drie wettelijke criteria: een balanstotaal van meer dan €6 miljoen, een netto-omzet van meer dan €12 miljoen, of een gemiddeld aantal werknemers van 50 of meer. Deze drempelwaarden komen voort uit Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en gelden voor de meeste stichtingen in Nederland.

In de praktijk merken veel bestuurders en directeuren pas dat hun stichting controleplichtig is geworden wanneer een subsidieverstrekker, bank of andere externe partij om een accountantsverklaring vraagt. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over de controleplicht voor stichtingen, zodat je precies weet waar je aan toe bent.

Wanneer overschrijdt een stichting de drempelwaarden voor controleplicht?

Een stichting overschrijdt de drempelwaarden voor controleplicht zodra zij op twee opeenvolgende balansdata aan minimaal twee van de volgende drie criteria voldoet: een balanstotaal boven €6 miljoen, een netto-omzet boven €12 miljoen, of een gemiddeld personeelsbestand van 50 of meer werknemers. Pas wanneer deze overschrijding twee jaar achtereen geldt, ontstaat de wettelijke verplichting om de jaarrekening te laten controleren.

Het is belangrijk om te begrijpen dat de term “netto-omzet” bij stichtingen breder wordt uitgelegd dan bij commerciële ondernemingen. Subsidies, donaties en andere baten kunnen meetellen als opbrengsten in de zin van deze regeling. Dat betekent dat een stichting die op het eerste gezicht geen hoge omzet draait, toch boven de drempel kan uitkomen.

De toetsing werkt als volgt:

  • Balanstotaal: de totale waarde van alle activa op de balans, inclusief vaste activa, vorderingen en liquide middelen.
  • Netto-omzet: alle opbrengsten uit de normale activiteiten van de stichting, waaronder subsidies, contributies en vergoedingen voor dienstverlening.
  • Gemiddeld aantal werknemers: het rekenkundig gemiddelde over het boekjaar, omgerekend naar voltijdsequivalenten.

Groeit een stichting snel, bijvoorbeeld door een grote subsidietoekenning of een fusie, dan kan de controleplicht eerder intreden dan verwacht. Het loont om jaarlijks te toetsen of de drempelwaarden worden benaderd, zodat je tijdig kunt anticiperen op de vereisten rondom de accountantscontrole.

Wat is het verschil tussen een samenstellings-, beoordelings- en controleopdracht?

Het belangrijkste verschil zit in de mate van zekerheid die de accountant verstrekt. Bij een samenstellingsopdracht geeft de accountant geen zekerheid over de jaarrekening, bij een beoordelingsopdracht een beperkte mate van zekerheid, en bij een controleopdracht (audit) een redelijke mate van zekerheid. Hoe hoger de zekerheid, hoe uitgebreider de werkzaamheden.

Samenstellingsopdracht

Bij een samenstellingsopdracht stelt de accountant de jaarrekening op aan de hand van de financiële gegevens die de stichting aanlevert. De accountant ordent en verwerkt deze informatie, maar voert geen inhoudelijke controle uit. Er wordt dan ook geen verklaring afgegeven over de getrouwheid van de cijfers. Voor veel kleinere stichtingen die niet controleplichtig zijn, is dit de meest voorkomende vorm van dienstverlening.

Beoordelingsopdracht

Een beoordelingsopdracht gaat een stap verder. De accountant voert analytische werkzaamheden uit en stelt gerichte vragen aan het bestuur om te beoordelen of de jaarrekening plausibel is. Het resultaat is een beoordelingsverklaring met een beperkte mate van zekerheid. Subsidieverstrekkers vragen hier regelmatig om, vooral bij grotere subsidies waar een samenstellingsverklaring niet volstaat, maar een volledige controle niet vereist is.

Controleopdracht (audit)

De controleopdracht biedt de hoogste mate van zekerheid. De accountant voert uitgebreide controlewerkzaamheden uit, waaronder het toetsen van de interne beheersing, het verifiëren van posten en het beoordelen van schattingen. Het eindresultaat is een controleverklaring. Dit is de opdrachtvorm die wettelijk verplicht is wanneer een stichting de drempelwaarden overschrijdt, en het is ook de verklaring die banken en financiers doorgaans verlangen bij grotere financieringsaanvragen.

Het type opdracht dat een stichting nodig heeft, hangt dus af van de wettelijke vereisten én de verwachtingen van externe stakeholders. Wanneer een bank of subsidieverstrekker om een specifieke verklaring vraagt, is het verstandig om vooraf helder te krijgen welk type opdracht daadwerkelijk nodig is.

Geldt de controleplicht ook voor ANBI-stichtingen en semipublieke instellingen?

Ja, de wettelijke controleplicht geldt ook voor ANBI-stichtingen en semipublieke instellingen zodra zij de drempelwaarden overschrijden. De ANBI-status op zichzelf creëert geen aparte controleplicht, maar de combinatie van subsidiestromen, donaties en omvang zorgt er in de praktijk vaak voor dat deze stichtingen sneller aan de criteria voldoen.

Voor ANBI-stichtingen geldt bovendien dat de Belastingdienst eisen stelt aan de financiële verantwoording. Hoewel dit formeel geen wettelijke controleplicht is, verwachten veel grote donateurs en fondsen wel een gecontroleerde jaarrekening als voorwaarde voor hun bijdrage. De controleplicht kan dus ook indirect ontstaan door de eisen van stakeholders.

Semipublieke instellingen, zoals stichtingen in de zorg, het onderwijs of de woningbouw, hebben vaak te maken met sectorspecifieke regelgeving die een controleplicht oplegt ongeacht de omvang. Denk aan:

  • Zorginstellingen: de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en de jaarverantwoording op grond van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG.
  • Onderwijsinstellingen: de Regeling jaarverslaggeving onderwijs schrijft een accountantscontrole voor.
  • Woningcorporaties: de Woningwet verplicht tot een gecontroleerde jaarrekening.

Bij deze sectorspecifieke verplichtingen gelden de algemene drempelwaarden dus niet als ondergrens. De controleplicht is dan een gegeven, ongeacht de omvang van de stichting. Het is daarom waardevol om niet alleen naar de algemene criteria te kijken, maar ook naar de sectorspecifieke wet- en regelgeving die op jouw stichting van toepassing is.

Hoe bepaal je of een structuurwijziging de controleplicht triggert?

Een structuurwijziging zoals een fusie, splitsing, het oprichten van dochterorganisaties of een wijziging in de juridische structuur kan de controleplicht triggeren doordat de geconsolideerde cijfers van de nieuwe structuur de drempelwaarden overschrijden. Het is essentieel om direct na een structuurwijziging opnieuw te toetsen of de stichting aan de criteria voldoet.

De meest voorkomende situaties waarin een structuurwijziging gevolgen heeft voor de controleplicht zijn:

  1. Fusie van stichtingen: wanneer twee stichtingen samengaan, worden de balansen en omzetten opgeteld. Waar beide afzonderlijk onder de drempels bleven, kan de gefuseerde stichting daar ruim boven zitten.
  2. Oprichting van een groepsstructuur: als een stichting dochterorganisaties opricht of overneemt, moet zij mogelijk een geconsolideerde jaarrekening opstellen. De geconsolideerde cijfers bepalen dan of de drempelwaarden worden overschreden.
  3. Wijziging in financieringsstructuur: het aantrekken van nieuwe financiers of het aangaan van substantiële leningen kan ertoe leiden dat externe partijen een accountantsverklaring eisen, ook als de wettelijke controleplicht formeel nog niet geldt.
  4. Verandering in activiteiten: wanneer een stichting haar activiteiten uitbreidt naar een sector met sectorspecifieke controleverplichtingen, kan dit een directe controleplicht met zich meebrengen.

Het is verstandig om bij elke structuurwijziging een proactieve toets uit te voeren. Zo voorkom je dat je achteraf wordt verrast door een controleplicht die al eerder was ingegaan. Een goede accountant kan vooraf in kaart brengen welke gevolgen een voorgenomen wijziging heeft voor de verantwoordingsverplichtingen van de stichting.

Wat kost een accountantscontrole voor een stichting?

De kosten van een accountantscontrole voor een stichting zijn afhankelijk van meerdere factoren, waaronder de omvang van de stichting, de complexiteit van de financiële administratie, de kwaliteit van de interne beheersing en de sectorspecifieke eisen die van toepassing zijn. Er bestaat geen vast tarief, omdat elke controle maatwerk is.

Factoren die de omvang en daarmee de investering van een controle beïnvloeden:

  • Omvang en complexiteit: een stichting met meerdere subsidiestromen, projectadministraties of internationale activiteiten vraagt meer controlewerkzaamheden dan een stichting met een eenvoudige structuur.
  • Kwaliteit van de administratie: wanneer de financiële administratie goed op orde is en de interne processen helder zijn gedocumenteerd, verloopt de controle efficiënter.
  • Sectorspecifieke vereisten: stichtingen in de zorg of het onderwijs moeten voldoen aan aanvullende rapportage-eisen, wat extra werkzaamheden met zich meebrengt.
  • Eerste controle versus doorlopende controle: het eerste jaar van een controle vergt doorgaans meer inspanning, omdat de accountant de organisatie en haar processen moet leren kennen.

Een goede voorbereiding kan de efficiëntie van de controle aanzienlijk verbeteren. Zorg ervoor dat de administratie tijdig is bijgewerkt, dat onderliggende documentatie beschikbaar is en dat interne afspraken over bevoegdheden en processen helder zijn vastgelegd. Hoe beter de voorbereiding, hoe soepeler het controleproces verloopt.

Hoe CROP accountants & adviseurs helpt bij de controleplicht van stichtingen

Bij CROP begrijpen we dat de controleplicht voor stichtingen vragen oproept. Onze registeraccountants combineren diepgaande vaktechnische kennis met een pragmatische, persoonlijke aanpak. We helpen bestuurders en directeuren van stichtingen om helder te krijgen wat er nodig is en zorgen ervoor dat het proces soepel en zonder verrassingen verloopt.

Wat wij concreet voor jouw stichting kunnen betekenen:

  • Toetsing van de controleplicht: we beoordelen of jouw stichting de drempelwaarden overschrijdt en welk type opdracht daadwerkelijk nodig is.
  • Onafhankelijke controle van de jaarrekening met een pragmatische en efficiënte werkwijze, conform de actuele wet- en regelgeving.
  • Begeleiding bij structuurwijzigingen: we brengen vooraf in kaart welke gevolgen een fusie, splitsing of andere wijziging heeft voor de verantwoordingsverplichtingen.
  • Breed advies onder één dak: dankzij onze multidisciplinaire aanpak kijken we verder dan alleen de cijfers en denken we mee over de toekomst van jouw stichting.

Met onze WTA-vergunning van de AFM en een team dat behoort tot de top 15 van kantoren met de meeste registeraccountants in Nederland, bieden we de zekerheid die jouw stichting en haar stakeholders nodig hebben. Wil je weten of jouw stichting verplicht is de jaarrekening te laten controleren, of heb je behoefte aan een helder gesprek over de mogelijkheden? Neem contact met ons op en we denken graag met je mee.

Gerelateerde artikelen