Miljoenennota 2027: Vier routes naar een nieuw box 3-stelsel
De vormgeving en invoering van een nieuw box 3-stelsel zijn nog onzeker. Het kabinet ziet vier routes voor invoering per 1 januari 2028, maar heeft nog geen breed gedragen keuze gemaakt. Het kabinet vraagt de Eerste Kamer om de behandeling van het huidige wetsvoorstel aan te houden. In dit artikel vertellen we je meer over de vier routes.
De huidige regeling
Het huidige systeem is aan vervanging toe. Nederland kent nu nog een forfaitair systeem. Dat is een wettelijk aangenomen percentage rendement op je spaargeld, beleggingen en andere bezittingen, ongeacht wat je werkelijk hebt verdiend.
De Hoge Raad heeft in 2021 geoordeeld dat dit systeem in strijd is met Europese regels. In sommige gevallen staat de box 3-belasting niet meer in verhouding tot het genoten rendement. Door dit arrest mag een belastingplichtige nu uitgaan van het werkelijk behaalde rendement als dat lager is dan het forfaitaire rendement.
Bij een hoog werkelijk rendement kan de forfaitaire heffing relatief laag uitvallen. Dat valt voordelig uit. Als je daadwerkelijke rendement lager uitvalt dan het forfaitair rendement, kan je dit aangeven door middel van de tegenbewijsregeling.
Kosten voor bezit, beheer of rendement van je box-3 vermogen zijn daarbij in principe niet aftrekbaar. Een nieuw systeem in box 3 moet deze bezwaren wegnemen.
Het aanhangige wetsvoorstel
Het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ werd dit jaar aangenomen door de Tweede Kamer. De behandeling in de Eerste Kamer is nog niet afgerond. Het voorstel beoogt vanaf 2028 heffing over het werkelijke rendement op basis van vermogensaanwas (ongerealiseerde waardestijging of -daling).
Bij een vermogensaanwasbelasting bestaat het inkomen uit de werkelijke inkomsten, zoals huur, pacht, rente en dividend, en de bijbehorende kosten. Ook een stijging of daling van de waarde van vermogen telt daarbij jaarlijks mee als belast inkomen in box 3.
Voor onroerende zaken maakt dit wetsvoorstel een uitzondering: daarvoor geldt een vermogenswinstbelasting. Bij vermogenswinst telt de waardeontwikkeling pas mee bij realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop.
Diverse partijen beschouwen de vermogensaanwasbelasting als onredelijk, omdat belasting moet worden betaald over niet-gerealiseerde winsten. Als beleggingen bijvoorbeeld in 2028 sterk in waarde stijgen en in 2029 weer in waarde dalen, moet er toch over 2028 belasting betaald worden.
Vier scenario’s
De staatssecretaris heeft nu vier mogelijke routes voorgesteld:
- Het gemengde stelsel vanaf 2028. Het voorliggende wetsvoorstel gaat in, met mogelijke verbeteringen. Denk aan verliesverrekening met een eerder jaar, andere rekenparameters en betere regels bij huwelijk of scheiding. Een volledige vermogenswinstbelasting volgt dan niet direct.
- Een tussenstap vanaf 2028. Het voorliggende wetsvoorstel gaat in, eventueel met de verbeteringen uit het eerste scenario. Daarna volgt een afzonderlijk wetsvoorstel voor een volledige vermogenswinstbelasting. Bij een ambitieus wetgevingstraject kan die mogelijk in 2030 ingaan.
- Langer doorgaan met de huidige regeling. Het voorliggende wetsvoorstel wordt in dit scenario ingetrokken. Het forfaitaire stelsel met tegenbewijs blijft langer bestaan, terwijl wordt gewerkt aan een volledige vermogenswinstbelasting. Ook die kan bij een ambitieus traject mogelijk in 2030 ingaan. Volgens de brief heeft dit scenario de hoogste cumulatieve gemiste belastingopbrengst.
- Sneller meer vermogenswinstbelasting. Vanaf 2028 geldt deze belasting ook voor financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties. Samen met vastgoed valt dan ongeveer 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 hieronder. Voor de overige bestanddelen volgt in dit scenario in 2030 een volledige overgang. Banken kunnen volgens de brief ten minste het eerste jaar geen gegevens voor de vooraf ingevulde aangifte aanleveren. Dat vraagt meer van belastingplichtigen en van de uitvoering en handhaving.
Wat betekent dit nu?
De keuze en haalbaarheid zijn nog onzeker. Alle routes leiden ten opzichte van het vertrekpunt tot lagere belastingopbrengsten en vragen om dekking. De Belastingdienst, banken en belastingplichtigen hebben tijd nodig om zich voor te bereiden. Blijft de huidige regeling langer bestaan, dan blijven ook de nadelen daarvan langer bestaan.
Belastingplichtigen krijgen hierdoor te maken met nieuwe onzekerheid over box 3. Ook bestaat de kans dat de Belastingdienst onvoldoende tijd heeft om de systemen vóór 1 januari 2028 aan te passen. Daardoor kan de invoering van een nieuw box 3-systeem verdere vertraging oplopen.
Het voorgaande kan gevolgen hebben voor de planning rondom jouw persoonlijke vermogen in box 3. Wil je weten wat deze plannen betekenen voor jouw situatie? Neem dan contact op met een van onze specialisten.