Met deze 10 fiscale eindejaarstips begin je 2026 goed!

25 november 2025
Artikel

Wat kun je fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor jou belangrijke aandachtspunten waarop je moet anticiperen? In deze Special Eindejaarstips hebben wij de 10 belangrijkste tips opgenomen om fiscaal zo goed mogelijk aan 2026 te beginnen.

  1. Btw-herzieningsregeling
  2. WKR
  3. Schijnzelfstandigheid
  4. In 2025 dividend uitkeren?
  5. Werkelijk rendement box 3
  6. Optimalisatie box 3 vermogen
  7. Excessief lenen
  8. Transfer pricing documentatie
  9. Check fiscale verplichtingen grote ondernemingen
  10. Maak gebruik van de schenkingsvrijstellingen

1.    Anticipeer op btw-herzieningsregeling

Vanaf 1 januari 2026 gaat wetgeving in die btw-besparende mogelijkheden bij zogenoemde ‘short stay verhuur’ tegengaat.

Als btw-ondernemer maak je vaak kosten om je bedrijfsactiviteiten te doen. Denk bijvoorbeeld aan de aanschaf van een laptop of een bedrijfspand. Je hebt dan ook recht op aftrek van de btw op deze kosten.

Gebruik je de dienst (gedeeltelijk) voor vrijgestelde activiteiten? De btw over vrijgestelde activiteiten kun je niet in aftrek brengen. Je moet daarom in je btw-aangifte doorgeven voor welk deel de je goederen of diensten voor btw-belaste activiteiten gebruikt en welk deel voor andere activiteiten. Je betaalt btw:

  1. Op het moment van aankoop: je maakt een inschatting hoeveel je het goed/de dienst gaat gebruiken voor btw-belaste activiteiten tegenover de vrije activiteiten.
  2. Bij ingebruikname: je controleert of het daadwerkelijk gebruik afwijkt van je inschatting, en past eventueel aan welk deel btw belast en hoeveel vrijgesteld gebruikt wordt.
  3. Bij het einde van het boekjaar doe je dit nogmaals.

Bij onroerende zaken (zoals een bedrijfspand) en roerende zaken waarop je kan afschrijven (bijvoorbeeld een grote machine), moet je het gebruik langer volgen. Dit wordt de herzieningsregeling genoemd.

  • Bij onroerende goederen herzie je tot 9 jaar na het jaar van ingebruikname. Je corrigeert de voorbelasting voor 1/10e deel.
  • Bij roerende zaken herzie je tot 4 naar na het jaar van ingebruikname. Je corrigeert de voorbelasting voor 1/5de deel.

Tot op voor kort was er de mogelijkheid om na zeer grote verbouwingen, onroerend goed tijdens het jaar van afronding belast te verhuren. Zo kon alle btw teruggevraagd worden. Vrijgesteld gebruik was dan niet van toepassing.

Dat vond het kabinet onwenselijk. Vanaf 1 januari 2026 geldt deze herziening ook voor kostbare diensten, zoals bijvoorbeeld een verbouwing van een pand.

Diensten moeten dan, net als roerende zaken, tot 4 jaar na het jaar van ingebruikname gevolgd worden. Kostbare diensten zijn diensten van meer dan € 30.000 (exclusief btw).

Gevolgen

De uitbreiding van de herzieningsregeling heeft grote administratieve gevolgen. Je volgt de diensten en de oorspronkelijke btw-aftrek namelijk meerdere jaren. Jouw administratie moet daarop ingericht worden.

De uitbreiding van de herzieningsregeling is niet altijd negatief. Herziening kan ook financieel voordelig zijn. Heb je de btw bij aanschaf en ingebruikname niet (volledig) in aftrek kunnen brengen vanwege voorgenomen btw-vrijgesteld gebruik? En is het daadwerkelijke gebruik btw-belast? Dan kun je op basis van de herzieningsregeling alsnog een deel van de btw in aftrek brengen.

Dit betekent dat je ook met het moment van ingebruikname nog iets kan spelen. Is de verbouwing (bijna) afgerond en gebruik je het onroerend goed nu volledig voor belaste prestatie? Dan is het voordelig om het onroerend goed dit jaar nog in gebruik te nemen. Verwacht je juist in de komende vier jaar het pand voor meer belaste prestaties te gaan gebruiken dan nu, dan is het voordelig om de ingebruikname uit te stellen tot volgend jaar.

Het is in ieder geval van belang om je administratie zo in te richten dat voortaan alle kostbare diensten aan het onroerend goed, tot en met 4 jaar na ingebruikname goed gevolgd worden.

2. Werkkostenregeling (WKR): Benut je de ruimte optimaal?

De WKR is niet alleen een fiscale regeling, het is ook een strategisch instrument voor aantrekkelijk werkgeverschap. Het uitgangspunt is dat alles wat je aan je werknemer geeft belast loon is. Via de WKR kunnen werkgevers echter bepaalde vergoedingen en verstrekkingen belastingvrij aan werknemers geven, zolang deze binnen de kaders van de regeling vallen.

De WKR regelt welke vergoedingen en verstrekkingen belast zijn, welke gericht zijn vrijgesteld en welke worden toegewezen aan de vrije ruimte. Daarnaast kan je met het anders inrichten van je arbeidsvoorwaarden vaak je werknemers iets extra’s bieden zonder dat je als werkgever hogere loonkosten krijgt.

Dit is een goed moment om als werkgever te bekijken of je naar verwachting nog vrije ruimte voor de werkkostenregeling overhoudt of dat mogelijk sprake is van een overschrijding. Door nu aan de slag te gaan, kun je als werkgever nog sturen en voorkom je verrassingen.

Dit kan je vóór het eind van het jaar doen:

  • Breng de financiële impact van de WKR in kaart;
  • Controleer of je dit jaar nog ruimte hebt om richting werknemers iets extra’s te doen;
  • Denk na over optimalisatiemogelijkheden.

Lees hier meer over in Hoe benut je de werkkostenregeling (WKR) optimaal? | CROP accountants & adviseurs

3. VBAR & schijnzelfstandigheid: Hoe voorbereid ben jij?

Al enkele jaren gelden verschillende wetten met het doel is om schijnzelfstandigheid tegen te gaan en de positie van werkenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt te versterken. Maar door onduidelijkheid werd de wet nog niet gehandhaafd.

Vanaf 1 januari 2026 kan de Belastingdienst boeten op gaan leggen aan organisaties waar schijnzelfstandigheid speelt.

Indien iemand beschouwd wordt als schijnzelfstandige en eigenlijk in loondienst werkzaam is, moet de opdrachtgever alsnog loonbelasting en sociale zekerheidspremies afdragen, mogelijk met naheffingen en boetes. Arbeidsrechtelijk gezien kan de ZZP’er zich op het standpunt stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en dus mogelijk succesvol aanspraak maken op loondoorbetalingsverplichting bij ziekte, vakantiegeld en vakantiedagen, ontslagbescherming en een transitievergoeding.

Ook kunnen CAO’s en/of pensioenregelingen van toepassing zijn, waardoor onder meer alsnog pensioenpremies moeten worden afgedragen.

Lees hier meer over in: Biedt het wetsvoorstel Vbar wél verduidelijking over zzp’ers? | CROP accountants & adviseurs

Dit kan je vóór het eind van het jaar nog doen:

  • Breng de ZZP populatie in kaart;
  • Review bestaande contracten op het risico van schijnzelfstandigheid;
  • Denk na over een beleid voor een flexibele schil.

De ontwikkelingen gaan snel en we kunnen ons voorstellen dat deze problematiek veel impact heeft op ondernemers die (veel) gebruik maken van ZZP’ers. Vanuit een geïntegreerde aanpak ondersteunen de juristen en fiscalisten van CROP-opdrachtgevers hierbij.

4. Dit jaar nog dividend uitkeren?

De tarieven in box 2 (inkomsten uit een aanmerkelijk belang) zijn volgend jaar gelijk aan dit jaar. Inkomen tot € 68.843 (€ 137.686 bij fiscaal partners) wordt tegen 24,5% belast en daarboven tegen 31%.

Door het tariefverschil tussen uitkeringen boven en onder de genoemde grens, kan het voordelig zijn om dit jaar nog dividend uit te keren. Zo kan het lage tarief in box 2 optimaal worden benut.

Als er in 2025 dividend wordt uitgekeerd, verhoogt dit het box 3 vermogen voor 2026. Maar als het dividend niet direct wordt uitbetaald, is er voor box 2 al wel een dividenduitkering, maar is er in box 3 nog geen bezitting op de peildatum 1 januari 2026. Het dividend blijft dan kortstondig schuldig.

Wel ontstaat een vordering op de bv (de bv is jou immers geld schuldig) die belast is in box 1. Maar als de looptijd heel kort is, is die rente beperkt. Om deze rente te beperken is het verstandig de betaling wel daadwerkelijk begin 2026 te laten plaatsvinden. Eventueel samen met nog een dividenduitkering om ook gelijk het lage tarief in 2026 te benutten.

5. Werkelijk rendement box 3

De Hoge Raad heeft in 2024 geoordeeld dat belastingheffing in box 3, ondanks de aanpassingen die zijn gemaakt in de Herstelwet en de Overbruggingswet, nog steeds in strijd is met Europees Recht.

Inmiddels is het formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’ gepubliceerd door de Belastingdienst. Hiermee kan het werkelijk rendement over de voorgaande jaren doorgegeven worden.

Dit jaar nog actie nodig voor 2020

Een verzoek tot vermindering moet in principe binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar worden ingediend. Voor kalenderjaar 2020 is het dus noodzakelijk dat je dit jaar nog actie onderneemt.

Zo kan het zijn dat je het formulier nog in moet dienen. Als er nog onvoldoende gegevens hebt om het formulier in te vullen, zal je schriftelijk moeten verzoeken om een ambtshalve vermindering.

CROP kan je helpen bij het opstellen van dit formulier. Neem daarvoor contact op met je CROP-adviseur.

6. Optimalisatie box 3 vermogen

In 2026 wordt de belastingheffing in box 3 in principe gebaseerd op fictief rendement. Daarbij geldt de waarde van de bezittingen in box 3 per 1 januari 2026 als uitgangspunt.

Als het werkelijke rendement lager is dan het berekende fictieve rendement, moet dit aannemelijk worden gemaakt bij de Belastingdienst. Zo kan de belastingheffing verlaagd worden.

Het is verstandig om voor het einde van het jaar de samenstelling van het vermogen in box-3 te evalueren en te beoordelen of deze geoptimaliseerd kan worden. Daarbij kan je denken aan de volgende mogelijkheden:

  • Overdragen van box 3-vermogen aan een bv;
  • Omzetten van een eigenwoning lening van box 1 naar box 3, of andersom;
  • Verhogen of verlagen van de rekening-courant;
  • Schenken van een deel van het vermogen aan bijvoorbeeld kinderen.

Ook is het in sommige gevallen mogelijk om gebruik te maken van de verschillen tussen het forfaitaire systeem en het systeem op basis van werkelijk rendement. Het uitgangspunt voor heffing op basis van werkelijk rendement is het moment van ontvangen van de inkomsten.

Dus als je bijvoorbeeld enkel een vordering hebt en je ontvangt de rente over 2026 en 2027 in 2025, dan telt deze rente alleen mee voor je werkelijk rendement in 2025. Als je dan in 2025 kiest voor heffing op basis van het forfaitaire systeem en in 2026 en 2027 voor heffing op basis van het werkelijke rendement, dan betaal je alleen in 2025 belasting. Want in 2026 en 2027 is het inkomen op basis van het werkelijke rendement nihil.

Ook bij andere bezittingen en schulden zijn er vaak mogelijkheden om de verschillen tussen beide systemen te benutten.

7. Excessief lenen (van de eigen bv)

Per 31 december 2025 is het maximumbedrag dat een DGA mag lenen bij zijn eigen bv € 500.000. Voor zover de totale schulden van een DGA boven dit drempelbedrag uitkomen, is sprake van een fictief regulier voordeel. Dit heeft tot gevolg dat dit deel van de schulden als een (fictieve) dividenduitkering wordt belast tegen een tarief van maximaal 31%.

In sommige gevallen is het fiscaal voordeliger om de (excessieve) schuld in stand te laten, in plaats van deze af te lossen. Bijvoorbeeld doordat de aftrek in box 3 op de lange termijn de heffing goedmaakt. Welke keuze de beste keuze is, is afhankelijk van de persoonlijke en financiële omstandigheden. Indien sprake is van excessieve schulden bij de eigen BV, is het verstandig om te onderzoeken wat (fiscaal) de beste manier is om met deze schulden om te gaan.

Schulden ten aanzien van de eigen woning tellen onder voorwaarden niet mee. Een van de belangrijkste eisen hiervoor is dat als de lening is aangegaan na 31 december 2022, dat er een hypotheekrecht is gevestigd. Is er dit jaar iets gewijzigd in je eigen woning lening of ben je dit jaar voor het eerst een eigen woning lening bij de bv aangegaan en heb je in totaal meer dan € 500.000 geleend van de bv, laat dan zo snel mogelijk beoordelen of aan de voorwaarden wordt voldaan. Indien nodig kan er dan nog tijdig een hypotheekrecht gevestigd worden. Zodat onverwachte afrekening over de lening voorkomen wordt.

8. Transfer pricing documentatie

De meeste langlopende discussies met de Belastingdienst met een grote impact op de vennootschapsbelasting gaan over de transfer pricing. Dit betreft de gerekende prijzen en de voorwaarden van de transacties met gelieerde vennootschappen. Deze transacties moeten worden aangegaan onder dezelfde voorwaarden als transacties met derden. De belastingplichtige moet documentatie hebben om dit te onderbouwen.

Als deze documentatie ontbreekt of gebrekkig is, dan neemt de Belastingdienst vaak de stelling in dat de toegepaste transfer pricing onjuist is. Dit leidt tot de genoemde discussies en vaak tot substantiële correcties. Ter voorkoming daarvan is het aan te bevelen om de documentatie netjes op orde te hebben.

Voor ondernemingen die deel uitmaken van een multinationale groep met een wereldwijde omzet van tenminste € 50 miljoen is er een voorgeschreven format voor deze documentatie, de zogenaamde masterfile en local file. Voor bedrijven die hier niet onder vallen zijn de documentatie-eisen in principe vormvrij.

Vanuit CROP kunnen wij deze documentatie verzorgen, waarbij wij uiteraard rekening houden met de omvang van de groep en de relevante wettelijke verplichtingen, zowel in Nederland als in het buitenland.

9. Check fiscale verplichtingen grote ondernemingen

De laatste jaren zijn er diverse regels ingevoerd die enkel van toepassing zijn op grote ondernemingen. Een grote onderneming wordt gedefinieerd als een entiteit die onderdeel van is van groep, waarbij de wereldwijde groepsomzet meer dan € 750 miljoen bedraagt. Dit betekent dat deze regels ook van toepassing zijn op alle Nederlandse entiteiten, die deel uitmaken van een dergelijke groep.

In veel gevallen wordt het grootste gedeelte van de verplichting nagekomen in het land waar het hoofd van de groep is gevestigd, maar niet altijd. En zelfs als dit gebeurt, blijven er verplichtingen in Nederland. Hieronder staan in het kort enkele verplichtingen, waarvan van nagegaan moet worden of hieraan voldaan wordt.

  • Wet minimumbelasting 2024 (Pillar 2)

Sinds 2024 geldt de Wet minimumbelasting 2024. Op basis van deze wet moet er in ieder land tenminste 15% vennootschapsbelasting betaald worden. Is het effectieve tarief lager, dan vindt er bijheffing plaats. Om te beoordelen of en waar de bijheffing plaatsvindt, moet per land het effectieve tarief bepaald worden. Hiervoor gelden complexe regels.

Daarnaast moet in principe, in ieder land, door iedere entiteit, aan de lokale Belastingdienst informatie worden doorgegeven, zodat de Belastingdienst dit ook kan beoordelen. In veel gevallen wisselen Belastingdiensten deze informatie uit, waardoor het doorgeven van informatie in één land voldoende is.

Nu is van belang om na te gaan of dit binnen de groep voldoende in orde is. De deadline van 2024 voor het verstrekken van de informatie, of het informeren van de Belastingdienst waar de informatie wordt verstrekt, is in Nederland 30 juni 2026.

  • Country-by-country reporting

Jaarlijks moet iedere groep een overzicht verstrekken aan de Belastingdienst met veel (financiële) informatie per entiteit. Deze informatie wordt door de Belastingdiensten onderling uitgewisseld. Zo is het voor de verschillende Belastingdiensten duidelijk hoeveel winst er in welke landen wordt gemaakt en hoeveel belasting er betaald wordt over deze winst.

De verplichting tot het aanleveren van deze informatie ligt in principe bij de uiteindelijke moeder van de groep. Als het land van de moeder niet meedoet met deze regelgeving, dan moet een andere entiteit deze verplichting nakomen. In Nederland moet jaarlijks voor het einde van het boekjaar van de uiteindelijke moeder worden aangegeven, welke entiteit voor dat jaar deze verplichting gaat nakomen. Dus als het boekjaar van de uiteindelijke moeder gelijk is aan het kalenderjaar, moet dit nog dit jaar worden doorgegeven aan de Belastingdienst.

  • Public country-by-country reporting

Voor boekjaren die zijn gestart op of na 22 juni 2024 geldt dat ieder bedrijf een gedeelte van de informatie die verstrekt wordt aan de Belastingdienst op basis van de country-by-country reporting openbaar moet maken. Dit moet in principe in één land in de EU gebeuren. Als dit Nederland is, dan moeten deze gegevens worden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

Dit moet binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar zijn gedaan. Dus het is goed om na gaan welke entiteit(en) binnen de groep welke informatie moeten publiceren, als dit nog niet gebeurd is. Zodat dit volgend jaar tijdig en op de juiste wijze kan gebeuren.

CROP kan je organisatie helpen bij deze verplichtingen. Neem contact op met je CROP-adviseur.

10. Maak gebruik van de schenkingsvrijstellingen

Ook in 2025 kunt u gebruikmaken van de jaarlijkse schenkvrijstellingen. Zo schenk je aan kinderen belastingvrij € 6.713 en aan kleinkinderen of derden € 2.690.

Extra vrijstelling Wil je een hogere schenking doen? Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt in 2025 een eenmalig verhoogde vrijstelling, waarmee belastingvrij geschonken kan worden tot:

  • € 32.195, vrij te besteden;
  • € 67.064, wanneer het bedrag wordt gebruikt voor een dure studie. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden.

Voor deze verhoogde vrijstelling moet wél aangifte schenkbelasting worden gedaan. Voor de reguliere jaarlijkse vrijstelling hoeft dat niet.

Jubelton

Heb je in 2023 een schenking gedaan voor de eigen woning? Dan moet de schenking uiterlijk dit jaar door de begiftigde worden besteed aan de eigen woning. Gebeurt dat niet, dan wordt de vrijstelling teruggenomen en is alsnog schenkbelasting verschuldigd.

Door in 2025 nog een schenking te doen, verlaag je het vermogen in box 3. Dat kan ook gunstig zijn voor de belastingheffing in box 3. Het vermogen van de ontvanger wordt dan wel verhoogd.

Nieuwsbrief

Altijd als eerste op de hoogte zijn van het laatste nieuws? Schrijf je in!

Door je in te schrijven voor onze nieuwsbrief ga je akkoord met onze privacy verklaring.