Einde compensatieregeling: ontslag bij arbeidsongeschiktheid duurder
Op 29 mei 2026 heeft het kabinet een aangepast wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. De kern: werkgevers krijgen de transitievergoeding die zij betalen bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid niet langer terug van de overheid. Dat geldt ook voor de compensatie bij bedrijfsbeëindiging door pensionering of overlijden van de werkgever. Het vorige kabinet stelde dit alleen voor grote werkgevers voor; nu geldt het voor álle werkgevers.
Wat zijn de huidige regels voor compensatie voor transitievergoeding bij arbeidsongeschiktheid?
Wanneer een medewerker arbeidsongeschikt wordt terwijl deze bij u in dienst is, heeft u een loondoorbetalingsverplichting van 104 weken. Is de medewerker na die 104 weken nog steeds (volledig) arbeidsongeschikt? Dan heeft u als werkgever de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst is een werkgever in veel gevallen verplicht de werknemer een transitievergoeding te betalen. De hoogte van de transitievergoeding wordt berekend aan de hand van de hoogte van het loon en de lengte van het dienstverband. Ook de maanden waarin de medewerker arbeidsongeschikt was, moeten meegenomen worden in deze berekening. Om (vooral kleine en middelgrote) werkgevers te beschermen tegen dit financiële risico, kan een werkgever in deze gevallen een compensatie aanvragen bij het UWV voor deze transitievergoeding. Hierdoor hoopt de overheid te voorkomen dat werkgevers de medewerkers maar in dienst houden om niet aan de betalingsverplichting van deze transitievergoeding te hoeven voldoen (een slapend dienstverband).
Wat zegt het wetsvoorstel en wat wordt er anders?
Het wetsvoorstel is voornemens deze compensatie voor de transitievergoeding af te schaffen voor medewerkers die twee jaar ziek zijn na 1 januari 2027. Dit betekent dat werkgevers zelf de bijkomende kosten bij ontslag moeten betalen, wanneer zij ervoor kiest de arbeidsovereenkomst na deze datum te beëindigen op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid.
Hoewel het mogelijk een beter idee lijkt om de werknemer dan maar in dienst te houden (en een slapend dienstverband in te gaan) is dit ook niet zonder risico’s. De loondoorbetalingsverplichting vervalt inderdaad na 104 weken ziekte. U bent als werkgever niet meer verplicht het loon van de medewerker door te betalen, wanneer deze medewerker volledig arbeidsongeschikt is. Dit wordt anders wanneer de medewerker zich (gedeeltelijk) beter meldt. Heeft u de arbeidsovereenkomst na de 104 weken ziekte niet beëindigd en meldt de medewerker zich (gedeeltelijk) beter? Dan bent u verplicht de medewerker te laten re-integreren en hem of haar deze uren ook uit te betalen. Wanneer de medewerker weer volledig aan het werk is, heeft u niet meer de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst te beëindigen op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid.
Hoe nu verder?
De ontwikkelingen gaan snel en we kunnen ons voorstellen dat deze problematiek veel impact heeft op ondernemers die (veel) langdurig arbeidsongeschikte medewerkers in dienst hebben. Vanuit een geïntegreerde aanpak ondersteunen de juristen van CROP werkgevers hierbij. Zo kunnen wij helpen met:
- Advies over ontslag bij (langdurige) arbeidsongeschiktheid
- Het in gang zetten en voeren van een ontslagprocedure bij het UWV en het aanvragen van de compensatie voor transitievergoeding
- Opstellen beleid over slapende dienstverbanden
- Kwantificeren/berekenen risico’s
- Advies over de gevolgen van een slapend dienstverband
Voor meer informatie of vragen kan contact opgenomen worden met Janou Pörteners (Legal Counsel) of je eigen CROP contactpersoon.