Mogelijkheid tot verlagen boete voor te laat betalen dividendbelasting
Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden biedt een mogelijkheid voor belastingplichtigen die een boete hebben gekregen wegens het te laat betalen van dividendbelasting. De uitspraak maakt duidelijk dat dergelijke boetes in bepaalde gevallen met succes kunnen worden bestreden – en zelfs achteraf kunnen worden teruggedraaid.
Verzuimboete voor te laat betalen van de dividendbelasting
Binnen een maand na de dividenduitkering moet de aangifte zijn ingediend en de verschuldigde dividendbelasting zijn afgedragen. Als dit niet binnen een maand is gebeurd, wordt er een boete opgelegd van EUR 82 voor het te laat indienen van de aangifte. De boete voor het te laat betalen is bij een eerste keer, in beginsel, 3% van de verschuldigde dividendbelasting, met een maximum van EUR 6.709. Dergelijke boetes worden vaak als onevenredig hoog ervaren.
Deze boete ontstaat vaak doordat pas later wordt geconstateerd dat een handeling fiscaal als (belast) dividend wordt gezien. Of wanneer per abuis te laat of geen aangifte wordt gedaan door de uitkerende vennootschap. Door een te late constatering of een te late aangifte wordt immers ook de verschuldigde dividendbelasting niet tijdig betaald.
Vrijwillige verbetering
Het Gerechtshof heeft nu geoordeeld dat het indienen van de aangifte na de voorgenoemde termijn van één maand gezien kan worden als een vrijwillige verbetering. Sinds 2 juni 2023 is in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst opgenomen dat er geen boete wordt opgelegd als er sprake is van een vrijwillige verbetering, indien er voor een aangiftebelasting geen aangiftebiljet is uitgereikt en ook niet tijdig een aangifte is gedaan. Voor een vrijwillige verbetering mag de Belastingdienst niet op de hoogte zijn van de verschuldigde dividendbelasting, wanneer de vennootschap alsnog haar aangifte dividendbelasting indient. Dit is in de meeste situaties van een boete voor te laat betalen het geval.
Wat betekent dit?
De uitspraak van het Gerechtshof staat nog open voor cassatie. Als de Hoge Raad deze uitspraak in stand laat biedt dit de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen een boete voor het te laat betalen van dividendbelasting. De Belastingdienst zal de boete dan moeten verminderen naar EUR nihil.
Ook kan een ambtshalve verzoek worden gedaan om een boete te verlagen naar EUR nihil, die op 2 juni 2023 nog niet onherroepelijk vaststond. Dit zijn de boetes die zijn opgelegd óp of na 21 april 2023 of boetes van voor die datum, maar waartegen een bezwaar of beroep liep op 2 juni 2023.
Samengevat kan dus verzocht worden om een vermindering als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Er is een boete voor te laat betalen van de dividendbelasting opgelegd;
- De aangifte dividendbelasting wel juist, maar te laat ingediend
- De boete is opgelegd óp of na 21 april 2023 of eerder en er liep op 2 juni 2023 een bezwaar- of beroepsprocedure tegen de boete; en
- De Belastingdienst was nog niet op de hoogte van de verschuldigde dividendbelasting op het moment van indienen van de aangifte.
Neem contact op
Wil jij beoordelen of het haalbaar is een opgelegde boete te verlagen? Neem dan gerust contact op met een van onze belastingadviseurs.