Nieuw voorstel voor een bredere vermogenswinstbelasting box 3 vanaf 2028
Het Ministerie van Financiën heeft op 29 september 2026 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer over de toekomst van box 3. Deze brief bevat ook een nieuw plan voor de heffing van inkomstenbelasting in box 3 vanaf 1 januari 2028. In dit artikel vertellen wij je graag meer over de inhoud van dit plan en de gevolgen hiervan voor belastingplichtigen.
Het Ministerie van Financiën heeft op 29 september 2026 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer over de toekomst van box 3. Deze brief bevat ook een nieuw plan voor de heffing van inkomstenbelasting in box 3 vanaf 1 januari 2028. In dit artikel vertellen wij je graag meer over de inhoud van dit plan en de gevolgen hiervan voor belastingplichtigen.
Het plan is nog niet uitgewerkt in een wetsvoorstel. Hierdoor zijn er nog diverse details nog niet uitgewerkt en daardoor nog onduidelijk. Dit blijkt ook uit het feit dat er binnen twee dagen al aanpassingen zijn gemaakt aan het plan. Nadat het uitgewerkt is in een voorstel moet het nog worden aangenomen door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. De kans is dus aanwezig dat het plan nog verder wordt gewijzigd of mogelijk helemaal niet wordt ingevoerd.
Vermogensaanwasbelasting of vermogenswinstbelasting
In eerdere voorstellen was het kabinet voornemens om met ingang van 1 januari 2028 een vermogensaanwasbelasting in te voeren. Bij een vermogensaanwasbelasting bestaat het inkomen uit de werkelijke inkomsten, zoals huur, pacht, rente en dividend, en de bijbehorende kosten. Daarnaast zijn alle waardestijgingen en -dalingen belast. Ook wanneer deze nog niet zijn gerealiseerd, zoals bij verkoop. In het oorspronkelijke voorstel was wel een uitzondering opgenomen voor onroerende zaken. Daarvoor zou per 1 januari 2028 een vermogenswinstbelasting gaan gelden. Concreet betekent dit dat bij vastgoed pas inkomstenbelasting zou worden geheven, als de winst is gerealiseerd. Bijvoorbeeld in het geval van verkoop.
Het voorgenoemde voorstel is al aangenomen door de Tweede Kamer. Het ligt nu bij de Eerste Kamer ter behandeling. De Minister van Financiën had de Eerste Kamer al verzocht de behandeling van dit wetsvoorstel uit te stellen. Met het oog op een nieuw voorstel dat hij zou presenteren.
Plan van 29 september 2026
Volgens het nieuwe plan komt er ook een uitzondering voor alle financiële instrumenten. In het plan wordt geen definitie opgenomen, maar de Minister noemt als voorbeelden aandelen, obligaties en opties. Ook voor deze instrumenten is het de intentie dat zij onder de vermogenswinstbelasting gaan vallen per 1 januari 2028.
Hierdoor hoeft een belastingplichtige pas bij realisatie van waardeontwikkelingen inkomstenbelasting te betalen. Zoals bij verkoop van het betreffende instrument.
Diverse partijen beschouwen de vermogensaanwasbelasting als onredelijk, omdat belasting moet worden betaald over niet-gerealiseerde winsten. Bovendien kan dit tot betalingsproblemen leiden, omdat de winst nog niet is bijgeschreven, maar de inkomstenbelasting wel moet worden betaald. Dit nieuwe voorstel komt tegemoet aan deze bezwaren voor deze financiële instrumenten.
Enigszins vergelijkbare beleggingen zoals crypto, vreemde valuta en edelmetalen zijn niet genoemd. Dit lijkt te beteken dat zij voorlopig nog wel onder de vermogensaanwasbelasting blijven vallen. Hetgeen tot de bijzonder situatie leidt dat een beleggingsfonds met enkel crypto onder de vermogenswinstbelasting valt en als diezelfde crypto direct gehouden wordt, zij onder de vermogensaanwasbelasting valt.
Aanvullende maatregelen in box 2 en box 3
De belastinginkomsten uit box 3 vallen bij een vermogenswinstbelasting in de eerste jaren na invoering lager uit. Dit levert een gat op in de begroting. Om dit gat te dichten, zijn de volgende maatregelen bedacht:
- Om tijdelijk meer belastinginkomsten in box 2 te genereren, wordt het hoge tarief in box 2 (inkomen uit een aanmerkelijk belang) tussen 2027 en 2030 verlaagd naar 29,2% (nu: 31%). Het lage tarief van 24,5% wordt niet gewijzigd.
- Leningen aan een eigen vennootschap zijn belast met inkomstenbelasting in box 2 wanneer zij gezamenlijk meer dan EUR 500.000 bedragen, dit wordt excessief lenen genoemd. Deze vrijstelling van EUR 500.000 wordt vanaf 2027 per jaar met EUR 80.000 verlaagd. Zodat de vrijstelling in 2031 nog slechts EUR 100.000 bedraagt.
- Voor box 3 blijft in 2027 het huidige forfaitaire stelsel in stand (zie hierna). Dit stelsel kent een vrijstelling voor het vermogen tot EUR 59.357. In 2027 wordt het heffingsvrije vermogen verlaagd naar EUR 30.846. Inmiddels is aangegeven dat het heffingsvrije vermogen toch hoger wordt vastgesteld om de kleine belegger te ontzien.
- Daarnaast wordt in box 3 het wettelijk aangenomen percentage (het forfaitair rendement) voor overige bezittingen voor 2027 verhoogd met 1,5%. Hiermee wordt het forfaitaire rendement in 2027 naar verwachting 7,87%.
- Het nieuwe box 3-stelsel kent vanaf 2028 een heffingsvrij rendement. Voorgesteld wordt om deze in 2028 vast te stellen op EUR 1.000. Inmiddels is aangegeven dat ook het heffingsvrij rendement hoger wordt, om de kleine belegger te ontzien.
De aanpassingen in box 2 en box 3 kunnen het aantrekkelijker maken om vermogen onder te brengen in een eigen vennootschap of in een ander soort vermogensbestanddeel, bijvoorbeeld een cryptofonds in plaats van crypto. Door de wijzigingen rondom leningen aan de eigen vennootschap is het verstandig om leningen te opnieuw te beoordelen en waar nodig af te lossen. Bijvoorbeeld door middel van het doen van extra dividenduitkeringen onder het tijdelijk verlaagde tarief van 29,8%. Het tijdelijk lagere toptarief in box 2 maakt het bovendien aantrekkelijk om na te gaan of extra dividenduitkeringen in de komende jaren gewenst zijn.
Omdat beoogt is dat een deel van de wijzigingen al per 1 januari 2027 in werking treedt, is het belangrijk om voor het einde van dit jaar jouw positie in kaart te brengen. Wil je weten wat deze plannen betekenen voor jouw situatie? Neem dan contact op met een van onze specialisten.