Nieuws

De verwachte wijzigingen op hoofdlijnen van het nieuwe pensioenstelsel

17 februari 2022

Volgens de planningsbrief aan de Tweede Kamer van 10 februari jl. verwacht pensioenminister Carola Schouten dat het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen vóór 1 april bij de Tweede Kamer kan worden ingediend. Met het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen beoogt het kabinet de afspraken in het pensioenakkoord over het nieuwe pensioenstelsel te verankeren. De minister en alle betrokken partijen, waaronder werkgevers- en werknemersorganisaties, pensioenfondsen en –verzekeraars, toezichthouders en de Belastingdienst richten zich bij hun voorbereidingen op 1 januari 2023 als datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen. Wat betekent dit voor werkgevers en werknemers?

Verwachte wijzigingen op hoofdlijnen

  • Pensioenopbouw is straks alleen nog mogelijk via zogeheten beschikbare premieregelingen. Bij deze regelingen staat de hoogte van het pensioeninkomen van tevoren niet vast. De deelnemer kan met het opgebouwde pensioenkapitaal zelf een pensioeninkomen inkopen bij een pensioenuitvoerder naar keuze (shoprecht). Alle regelingen waarbij de hoogte van het pensioen op pensioendatum vaststaat, zijn in beginsel dan niet meer mogelijk. Dat betekent dat ook de huidige middelloonregelingen straks definitief tot het verleden behoren. Er geldt een overgangsperiode van 4 jaar. Uiterlijk 1 januari 2027 moeten alle pensioenregelingen aangepast zijn aan het nieuwe pensioenstelsel.
  • De premie-inleg in de nieuwe beschikbare premieregelingen worden straks leeftijdsonafhankelijk. Elke deelnemer krijgt, ongeacht de leeftijd, hetzelfde premiepercentage (flat rate). Er is dan geen verschil meer tussen de inleg voor een jonge of een oude deelnemer. Dat betekent dat bij een gelijk pensioenbudget jonge werknemers in de nieuwe pensioenregeling meer pensioen gaan opbouwen en oudere werknemers juist minder dan wanneer ze nu deelnemen aan een beschikbare premieregeling met een leeftijdsafhankelijke premie.
  • Werkgevers die voor 1-1-2023 een beschikbare premieregeling hebben met een leeftijdsafhankelijke premie kunnen gebruik maken van een overgangsregeling. Zij kunnen voor de deelnemers die voor 1-1-2027 in dienst zijn de bestaande pensioenregeling voortzetten.
  • Wanneer bij de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel werknemers in de toekomst minder pensioen gaan opbouwen dient de werkgever te voorzien in een passende compensatieregeling.
  • De hoogte van het verzekerde partner- en wezenpensioen vóór pensioendatum wordt straks uitgedrukt in een percentage van het loon. Het partnerpensioen wordt maximaal 50% van het loon en het wezenpensioen maximaal 20% van het loon (40% bij volle wezen). Het wezenpensioen wordt uitgekeerd totdat het kind 25 jaar is. De hoogte van het partner- en wezenpensioen wordt hiermee veel overzichtelijker. Voor jonge werknemers kan dat betekenen dat er in de nieuwe pensioenregeling een lager partner- en wezenpensioen verzekerd wordt. Voor oudere werknemers die bij een werkgever in dienst treden zal het verzekerde partner- en wezenpensioen in de nieuwe pensioenregeling juist vaker hoger uitvallen.

Conclusie

Werkgevers en hun werknemers krijgen er na de invoering van het nieuwe pensioenstelsel op 1 januari 2023 een hele kluif aan om hun bestaande pensioenregelingen, al dan niet in combinatie met een passende compensatieregeling, zo aan te passen dat werkgevers én hun werknemers (jong en oud) hier tevreden mee zullen zijn. Vooral werkgevers en werknemers met eigen pensioenregelingen die niet onder de verplichtstelling van een bedrijfstakregeling of Cao vallen staan voor een grote uitdaging. Dit zijn vaak pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij een pensioenverzekeraar of PPI. In die gevallen zal maatwerk nodig zijn met gepersonaliseerde instemmingstrajecten. De pensioenspecialisten van CROP kunnen je daarbij adviseren en je en je werknemers daarin begeleiden.

Contact

Herman Smit
Senior Advisor Pensions and Income
+31 (0) 33 - 46 357 27 info@crop.nl