Artikel

Aanvullende maatregelen coronacrisis

28 april 2020

Noodwetten

De Coronacrisis heeft geleid tot het doorvoeren van een aantal noodwetten vanuit de Nederlandse regering. Deze zijn in een rap tempo uitgewerkt tot de op dit moment bekende maatregelen. Het kabinet heeft in gesprek met ondernemers, belangenorganisaties en burgers veel signalen gekregen over problemen en de uitvoerbaarheid van een aantal van deze maatregelen. Dit heeft geleid tot een aantal moties, dat in tijdelijke aanvullende fiscale maatregelen heeft geresulteerd.

De maatregelen worden nog verder uitgewerkt en gaan onderdeel uitmaken van een nog nader uit te werken beleidsbesluit of worden verankerd in wetgeving. Hieronder gaan we kort in de op aangekondigde maatregelen en de aangekondigde verruiming van de NOW regeling die vorige week bekend is gemaakt.

1. NOW regeling ook mogelijk op niveau werkmaatschappij (onder voorwaarden)

De hoofdregel van de NOW regeling blijft ongewijzigd. Dit betekent dat de mogelijkheid om de NOW regeling aan te vragen op werkmaatschappijniveau alleen van toepassing is, als bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. In dit geval kan een individuele werkmaatschappij van een concern subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de betreffende werkmaatschappij (als en voor zover de werkmaatschappij een omzetdaling van 20% heeft). Als hier sprake van is, dan gelden aanvullende eisen:

  • Er worden eisen gesteld aan het dividend- en bonusbeleid. Er mag geen dividend of bonus worden uitgekeerd en er mogen geen eigen aandelen worden ingekocht;
  • Werkmaatschappijen moeten een overeenkomst met de betrokken vakbonden hebben over werkbehoud (afhankelijk van het aantal werknemers dat in dienst is);
  • Er is geen sprake van een personeels-BV binnen het concern. Bij een personeels-BV moet altijd worden uitgegaan van een omzetdaling op concernniveau;
  • Er vindt geen verschuiving van omzet plaats binnen het concern;
  • Het uitlenen van personeel binnen concern leidt tot een omzetcorrectie;
  • Het transfer pricing systeem mag niet worden aangepast (van toepassing is het transfer pricing systeem dat is gehanteerd in de jaarrekening 2019, of het transfer pricing systeem uit de laatst vastgestelde jaarrekening);
  • Mutatie voorraad gereed product worden aan de omzet toegerekend;
  • De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben. Dit betekent dat zogenoemde business units niet kwalificeren.

Bovenstaande aanvullende eisen zijn niet van toepassing wanneer het concern als geheel een omzetdaling van 20% heeft. Er kan dan ook geen NOW aanvraag worden gedaan op werkmaatschappijniveau.

2. Gebruikelijk loon

Aanmerkelijkbelanghouders (ab-houders) ondernemen via een vennootschap (bijvoorbeeld een bv) waar zij zelf vaak ook arbeid voor verrichten. Zij moeten in dat geval ten minste belasting betalen over een wettelijk vastgelegde passende arbeidsbeloning, het zogenoemde gebruikelijk loon. Er wordt toegestaan dat ab-houders die te maken krijgen met een omzetdaling van een lager gebruikelijk loon mogen uitgaan, evenredig met de omzetdaling. Daarbij wordt de periode van het jaar in 2020 dan vergeleken met dezelfde periode in 2019.

3. Urencriterium

Ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Op sommige van deze ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve kan uitsluitend aanspraak worden gemaakt als aan het zogenoemde urencriterium wordt voldaan. Aan dit urencriterium wordt voldaan, wanneer de ondernemer ten minste 1225 uren per kalenderjaar besteedt aan werkzaamheden voor zijn onderneming.

Het volgende is goedgekeurd. Er wordt voldaan aan het urencriterium indien ondernemers die in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 24 uren per week aan hun onderneming hebben besteed, ook als ze die – gelet op de coronacrisis – daadwerkelijk niet hebben besteed.

Voor dit urenaantal is gekozen, omdat dit het wekelijkse gemiddelde is van 1225 uur op kalenderjaarbasis, met een afronding in het voordeel van de belastingplichtige.

Voor seizoengebonden ondernemers wordt een andere regeling voorgesteld, daar zij normliter niet zijn geholpen met het voorgaande. Zij worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren hebben gedaan. De ondernemer kan dan met behulp van de administratie van vorig jaar inschatten hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 mei 2019 en zo beoordelen of hij in 2020 aan het urencriterium voldoet. Zo gaat ook voor seizoengebonden ondernemers een versoepeling van het urencriterium in 2020 gelden.

4. Werkkostenregeling

Via de vrije ruimte van de werkkostenregeling kunnen werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aan hun werknemers geven zonder dat deze belast worden. Per 1 januari 2020 is de vrije ruimte 1,7% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. Voor het bedrag boven € 400.000 geldt een percentage van 1,2%. De vrije ruimte wordt voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever eenmalig en tijdelijk verhoogd naar 3% voor het jaar 2020. Dat biedt mogelijkheden aan werkgevers die daar de ruimte voor hebben om hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen. Voor het bedrag boven € 400.000 blijft het percentage gelden van 1,2%.

5. Fiscale coronareserve

Het wordt voor bedrijven mogelijk gemaakt om het verwachte verlies voor het jaar 2020 dat verband houdt met de coronacrisis als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 te brengen. De fiscale coronareserve bedraagt maximaal de fiscale winst over 2019 zonder rekening te houden met deze reserve. Daarnaast mag de fiscale coronareserve niet hoger zijn dan het te verwachten verlies in 2020 als gevolg van de coronacrisis. Door de mogelijkheid van het vormen van een fiscale coronareserve kan een teruggave van de eerder over 2019 betaalde en te betalen vennootschapsbelasting door middel van een nadere voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 worden gevraagd.

Het voordeel van de fiscale coronareserve is, dat bedrijven niet hoeven te wachten totdat zij aangifte vennootschapsbelasting kunnen doen over het jaar 2020 (in 2021) en tevens een definitieve aanslag vennootschapsbelasting is opgelegd over 2019 om via verliesverrekening een liquiditeitsvoordeel te halen. Ten behoeve van deze maatregel wordt een wetswijziging voorbereid.

6. Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap

In september 2018 heeft het kabinet het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap aangekondigd met een geplande inwerkingtreding per 2022. Het wetsvoorstel maakt het belasten van schulden van de dga aan de eigen vennootschap die hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden) mogelijk.

Vanwege de crisis kan het lastiger zijn om de schuld aan de eigen vennootschap af te bouwen. Er wordt nu voorgesteld om de inwerkingtreding van de wet met één jaar uitstellen. Door de inwerkingtreding met één jaar uit te stellen tot 1 januari 2023 hebben dga’s tot 31 december 2023 (eerste peildatum) om te anticiperen op het wetsvoorstel.

7. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers vinden het gewenst hun klanten die als gevolg van de coronacrisis tijdelijk niet in staat zijn aan hun betalingsverplichtingen te voldoen de mogelijkheid te kunnen bieden tot een betaalpauze. Hierbij wordt uitgegaan van een pauze van maximaal zes maanden. In die periode hoeven deze klanten geen (of minder) rente en aflossing te betalen voor hun hypotheek. Deze “achterstallige” annuïteiten moeten op enig moment wel alsnog worden voldaan.

Voor hypotheken die op of na 1 januari 2013 zijn afgesloten geldt dat in beginsel alleen hypotheekrenteaftrek kan worden geclaimd, als de hypotheek in maximaal 360 maanden volgens een ten minste annuïtair schema wordt afgelost.

De eerste goedkeuring ziet toe op het zo snel mogelijk na afloop van de uitstelperiode van maximaal zes maanden vaststellen van een nieuw annuïtair schema. Op basis hiervan wordt het inhalen van de aflossingsachterstand uitgesmeerd over de resterende looptijd van de maximale termijn van 360 maanden van de lening. Als dat niet lukt, kan op basis van de wettelijke regeling een nieuw annuïtair schema pas per 1 januari 2022 worden vastgesteld.

De tweede goedkeuring die met de eerste samenhangt, is dat wordt toegestaan de resterende lening te splitsen. Hierbij blijft het bestaande annuïtaire schema van toepassing voor de resterende hoofdsom zonder rekening te houden met de aflossingsachterstand. Voor het deel van de aflossingsachterstand wordt een afzonderlijke (hypothecaire) lening met een eigen annuïtair schema afgesloten. Hiervan is de looptijd maximaal gelijk aan de resterende looptijd van de oorspronkelijke hoofdsom.

Het beleidsbesluit zal gelden voor belastingplichtigen die zich tussen 12 maart en 30 juni 2020 melden of hebben gemeld bij hun kredietverstrekker en met hun kredietverstrekker een betaalpauze overeenkomen van maximaal zes maanden. Deze betaalpauze moet uiterlijk op 1 juli 2020 ingaan. Onder nader te stellen voorwaarden kan ook gebruik worden gemaakt van de regeling voor betaalpauzes die sinds 12 maart al zijn overeengekomen en mogelijk deels al ten uitvoering zijn gebracht in de periode voorafgaande aan publicatie van het besluit.

8. Geen premiedifferentiatie door herziening bij overwerk in 2020

Minister Koolmees heeft duidelijkheid gegeven hoe moet worden omgegaan met een herziening van de lage WW-premie naar een hoge WW-premie bij overwerk. Volgens de huidige regels van de WAB dient een herziening plaats te vinden naar de hoge premie als een werknemer met een vaste baan voor minder dan 35 uur per week in een jaar 30% meer verloonde uren heeft dan contracturen.

Eerder was al aangekondigd dat deze herziening van de baan was voor bepaalde sectoren, waaronder de zorg. Immers, door de Coronacrisis moet daar veelvuldig worden overgewerkt. Minister Koolmees heeft aangekondigd dat voor het gehele jaar 2020 is gekozen voor een generieke uitzondering voor alle 30% herzieningssituaties.  Geen enkele werkgever hoeft dus over het jaar 2020 de WW-premie op grond van deze situatie te herzien. Per 1 januari 2021 zal de herzieningssituatie weer in werking treden.

Heb je vragen over dit artikel? Of kunnen wij je ergens mee helpen? Neem dan gerust contact met ons op.

Neem contact op

Contactpersoon

Guido van Aarle
Guido van Aarle
Partner Tax
+31 (0) 33 - 46 357 27 info@crop.nl